Afbeelding

Dominee Coen van Alphen: Wees zuinig op wonderen

Column Column

Bestaan er wonderen? Een vrijzinnige theoloog zei ooit: ‘Er gebeuren geen wonderen’. Een andere theoloog diende hem van repliek: ‘Er gebeuren alléén maar wonderen’. De laatste uitspraak vind ik diepzinniger. Want dat er leven op aarde is, is statistisch gezien zo onwaarschijnlijk dat het ook door atheïstische wetenschappers een wonder genoemd wordt. Dat jij er bent is net zo’n wonder. Zo beschouwd is elke dag een kadootje.

De natuur zit vol onwaarschijnlijke wonderen van schoonheid en gratie. Mijn column over het zien van de ijsvogel een paar maanden geleden riep veel herkenning op. Er is zoveel te ontdekken. Zolang je je ogen maar openhoudt, de natuur de gelegenheid geeft zich aan je te openbaren. ‘Het leven houdt zijn wonderen verborgen’, schreef J.C. Bloem, ‘tot het ze opeens toont in hun hoge staat’. In mijn favoriete kerklied zit de regel: ‘en laat mij door de wereld gaan / met open ogen, open oren / om al uw tekens te verstaan.’ Dus: zit stil, kijk om je heen, laat het gebeuren.

Hieronder nog een paar observaties, toevallig allemaal in eigen tuin. Maar eerst moet me iets van het hart. De laatste weken zie ik verschillende nieuwsberichten over pesticiden die gebruikt worden bij de teelt van gewassen. In gewoon Nederlands: vergif. Bij de bloemen die we op tafel zetten, waar we aan ruiken. Bij granen, groente en fruit: de dingen die we in onze mond stoppen, onze maag aan blootstellen. Natuurlijk gebeurt dat met voor mensen onschadelijke hoeveelheden, keurig volgens Europese regelgeving. Wie er wél last van hebben, zijn de wezens die geen rechtszaken aanspannen, geen snelweg blokkeren, maar stilletjes verdwijnen. De kevers, de vlinders, de vogels. De hoeveelheid insecten neemt schrikbarend af. Mevrouw Helderder zou tevreden zijn. Maar wie bestuift straks nog onze gewassen als de bijen en hommels het niet meer doen?

Nu de drie kleine wondertjes. Want ze bestaan gelukkig nog. Een paar weken geleden vond ik een gouden lieveheersbeestje. Ik kon mijn ogen niet geloven. Echt waar: blinkend goudgroen. Een rozemarijngoudhaantje, leerde Google me. Nooit van gehoord. Maar ja, er zijn dan ook honderden soorten kevertjes. En ze vallen niet zo op als hun gestippelde rode soortgenoten.

Toen zag ik een kolibrie boven de lavendel. Je weet wel, die kleine vogeltjes die zo hard met hun vleugeltjes slaan dat ze als een mini-helikopter in de lucht blijven hangen, terwijl ze met hun lange snavel de nectar uit een bloem zuigen. Maar kolibries komen alleen in de tropen voor. Bij nader inzien was het geen vogel, eerder een wonderlijk insect. Weer wist Google het antwoord: een kolibrievlinder, ook wel meekrappijlstaart of onrustvlinder genaamd.

Tenslotte zat ik rustig te werken achter mijn bureau toen er opeens een druk gefladder in de boom voor het raam te zien was. Een gezellig groepje kuifmezen. Drie minuten bleven ze, toen waren ze weer gevlogen, Joost mag weten waarheen.

Advertenties uit de krant