Afbeelding

Rechter: huisarts uit Rhoon mag niet werken na incidenten met alcohol

Algemeen

RHOON – Een huisarts uit Rhoon mag voorlopig haar werkzaamheden niet meer uitvoeren. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft bepaald dat een eerder door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) opgelegde maatregel van kracht blijft.

De IGJ legde de huisarts op 15 juli een zogenoemde last tot onmiddellijke onthouding van beroepsactiviteiten (LOOB) op. Dat betekent dat zij voorlopig geen huisartsenzorg meer mag verlenen, totdat het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg een oordeel heeft gegeven over de zaak.

Drie jaar onderzoek

De inspectie onderzocht de huisarts tussen 2023 en 2026 na meerdere meldingen over alcoholgebruik en zorgen over de kwaliteit en continuïteit van de zorg. Volgens de rechtbank vonden in die periode meerdere ernstige incidenten plaats.

Een van de incidenten vond plaats op 2 juli 2024. Daarbij werd bij de huisarts een alcoholpromillage van 3,3 promille gemeten. Dat geldt als een zeer ernstige alcoholintoxicatie. Bij een dergelijk alcoholgehalte zijn het reactievermogen, de coördinatie en het beoordelingsvermogen doorgaans ernstig aangetast.

In juni 2025 werden volgens de uitspraak bovendien vier bijna lege wijnflessen en een blik bier in de praktijk aangetroffen.

Op 3 juli 2026 meldde de huisarts zich ziek op de dag waarop zij euthanasie zou uitvoeren bij een patiënt. Later die ochtend trof een doktersassistente haar met een fles wijn aan op de achterbank van haar auto. Omdat geen vervangende huisarts was geregeld, kon de geplande euthanasie niet doorgaan. De huisarts werd daarna tijdelijk opgenomen in een GGZ instelling.

Patiëntveiligheid

De huisarts verzette zich tegen de maatregel en vroeg de rechter om deze voorlopig op te schorten. Zij voerde onder meer aan dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren en dat de maatregel grote gevolgen heeft voor haar praktijk en de voorgenomen verkoop daarvan.

De voorzieningenrechter wees het verzoek af. Volgens de rechtbank heeft de IGJ voldoende onderbouwd dat sprake is van een actueel en ernstig risico voor de patiëntveiligheid. Ook oordeelde de rechter dat eerdere afspraken en lichtere maatregelen onvoldoende hebben voorkomen dat nieuwe incidenten ontstonden.

De rechtbank vindt daarom dat het belang van de volksgezondheid zwaarder weegt dan het belang van de huisarts om haar werkzaamheden voorlopig voort te zetten.

Openbaarmaking toegestaan

De rechter bepaalde ook dat de IGJ een zakelijke samenvatting van de maatregel openbaar mag maken. Volgens de rechtbank is het belangrijk dat patiënten weten dat de huisarts voorlopig geen zorg mag verlenen.

De zaak wordt nu behandeld door het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Dat college beslist uiteindelijk of de huisarts haar beroep weer mag uitoefenen. Tot die tijd blijft de opgelegde maatregel van kracht.

Bron: Rechtbank Rotterdam, uitspraak van 4 augustus 2026 (zaaknummer ROT 26/5922, ECLI:NL:RBROT:2026:9577) en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Advertenties uit de krant