Afbeelding

Mirte Croonen: Nieuwe hobby

Algemeen

Sporten is mijn hobby. Ik durf ook wel eerlijk toe te geven dat ik er een beetje verslaafd aan ben. Hardlopen, tennissen, krachttraining... you name it en ik vind het leuk. Of ik wil het op zijn minst uitproberen. Maar er is één sport die ik echt niet leuk vond: wielrennen.

Ik heb niet de beste relatie met wielrenners. Ze schreeuwen, sjezen keihard langs je heen en verwachten dat jij aan de kant gaat. Zeker als je aan het wandelen of hardlopen bent, is het altijd uitkijken geblazen. Mijn Strava staat vol met vrienden die fietsen. Geen rondje van een halfuur, maar gerust 100 kilometer op een dag. Dat kan toch niet leuk zijn, dacht ik altijd.

Totdat ik het zelf een keer ging doen.
Ik mocht de fiets van mijn vriend lenen. Eentje met feloranje handvatten. Cool! Ik zette zijn witte helm op en het zadel een flink stuk lager. Nog voordat ik vertrokken was, voelde ik de houten billen al aankomen. Maar goed, ik wilde zijn hobby begrijpen, dus ik stapte op de fiets.

Doodeng

Die fiets went zó ontzettend snel. “Kan ik echt niet vallen?” vroeg ik meerdere keren. De klikpedalen had ik bewust thuisgelaten: dat was helemaal een ramp geworden.

Maar, en ja, nu komt het: toen ik eenmaal vertrouwen kreeg in de fiets en door het mooie landschap van de Hoeksche Waard reed, begon ik de wielrenners te begrijpen. De wind langs je gezicht. De snelheid die je kunt maken. De rust. Het landschap dat aan je voorbij trekt. Ineens snapte ik waarom mensen uren op zo’n fiets kunnen zitten.

Ik heb nog geen 100 kilometer op een dag aangetikt, maar het lijkt me inmiddels heerlijk om naar het strand te fietsen, daar een koffie met appeltaart te bestellen en daarna weer terug naar huis te rijden. Want ja, appeltaart eten schijnt echt een ding te zijn onder wielrenners. En als ik me dan toch onderdompel in die wereld, moet ik dat natuurlijk ook maar doen. Rot hè?

Misschien hadden die wielrenners toch gelijk.
Nu alleen nog een eigen fiets.

En appeltaart.

Advertenties uit de krant