Afbeelding

Dominee Coen van Alphen

Algemeen

Zomerconcert in de grienden

Naast Muziek op Rijnmond (klassiek) en het More festival (pop) kent Albrandswaard nóg een muzikaal evenement: het Liedfestival Rhoonse Grienden. Hier klinkt de stem van de natuur. Dit muzikale festijn is een goed bewaard geheim. Op zomaar een zomerochtend belandde ik daar. Verborgen in het weelderige groen liet geen van de zangers zich zien. Des te groter was de verrassing van wat er allemaal te horen was. Dankzij de app Merlin Bird kon ik de stemmen identificeren.

Bij binnenkomst werd ik welkom geheten door de kleinste van allemaal. Een kenmerkend lied met lange tonen, afgewisseld met trillers: het winterkoninkje, dat dus ook in de zomer van zich laat horen. Verderop bleef iemand op twee tonen heen en weer hinken: de tjiftjaf. Op verschillende plekken in de grienden klonk de vink, die is er blijkbaar veel aanwezig. Ook die heeft zo’n kenmerkend trillertje: de vinkenslag. De koolmees en de pimpelmees, bekend van de tuin, voegden zich in het koor.

Een paar afslagen verderop kwam ik uit bij het water. Vanuit het hoge riet klonken, hoe kan het ook anders: de rietgors en de rietzanger, met enigszins schorre stemmen. Dan ontwaar ik het geluid van een voor mij onbekende zanger: Cetti’s zanger, ook die komt voor in gebieden met veel riet. In het verleden heb ik op deze plek ook de koekkoek gehoord, maar daarvoor is het nu misschien te laat in het seizoen.

Ik liep verder door de groene lanen. Eén vogel herkende ik ook zonder de app: de merel – die zingt ook op de nok van mijn huis. Opeens een schelle kreet: de groene specht. Dan een beetje venijnig gehakketak: een roodborstje. Minder schattig dan je zou denken... En wie vertelt daar die korte gezellige verhaaltjes? De zwartkop. En dat getsjilp verderop? Een groenling.

De meeste indruk werd zonder meer gemaakt door de zanglijster en de tuinfluiter. Hun namen verklappen al dat ze ware toonmeesters zijn. De zanglijster krijgt van de jury de eerste prijs. Hij (of zij) heeft een bijzonder veelzijdig repertoire. Omhoog, omlaag, hard, zacht, bijna pratend, dan weer melodieus – even dacht ik zelfs dat ik Beethoven hoorde. Maar de publieksprijs gaat naar de tuinfluiter, met dat vrolijke, lieflijke gekwebbel, een lust voor het oor.

Met een vol hoofd was ik de grienden binnengelopen, met een verruimd gemoed kwam ik er weer uit. Laat het niet aan je voorbij gaan, dit muziekfestival. Elke zomerdag zijn ze open. Het gaat gewoon door, of er luisteraars zijn of niet. Zolang de zomer duurt… en anders is het wachten tot volgend jaar. Voor de toegangsprijs hoef je het niet te laten: slechts een beetje geduld en een vleugje verwondering.

Advertenties uit de krant