
Katinka Blok:
AlgemeenAI (afnemende intelligentie?)
Laatst zat ik in de trein een boek te lezen over AI, toen een oudere man naast me een beetje over mijn schouder meekeek. “AI?” zei hij. “Dat betekent toch gewoon afnemende intelligentie?” Ik moest lachen. Hij keek er vrij sceptisch bij, alsof we met z’n allen vrijwillig dommer aan het worden zijn. En eerlijk? Ik snapte ergens wel wat hij bedoelde. Toen ik in mijn tweede jaar van het hbo ChatGPT ontdekte, voelde het als een cheatcode. Maar tegelijkertijd was het ook nog niet zó goed. In januari 2022 schreef ik zelfs in een column: “Het is overduidelijk wanneer uitgebreide verslagen van ChatGPT komen.”
Nou… dat was dus schattig naïef.
In mijn werk in online marketing zie ik nu dingen die echt bizar zijn. Ik kan letterlijk tegen mijn laptop praten - ja, gewoon letterlijk praten - en zeggen: “Maak een landingspagina voor dit product.” 35 seconden later: boom. Complete pagina. Teksten, structuur, call-to-actions. Klaar. Waar een bureau vroeger dagen mee bezig was, is nu… een koffiepauze (en een lichte identiteitscrisis voor marketeers). Dus ja, misschien doen we minder zelf. Misschien worden we een beetje lui. Maar tegelijkertijd gebeurt er ook iets anders. Bedrijven kunnen ineens véél meer doen in veel minder tijd. Ideeën testen, campagnes bouwen, producten lanceren — het gaat allemaal sneller dan ooit. Het voelt niet als achteruitgang, maar als een enorme versnelling.
En als we experts moeten geloven, staan we nog maar aan het begin. Wat de meeste mensen kennen als ChatGPT is een taalmodel dat reageert op wat jij vraagt. Maar de volgende stap zijn AI-agents die zelf taken uitvoeren. Niet alleen denken, maar ook doen. Dus niet: “hier is je plan”, maar: “ik heb het al uitgevoerd.” AI is trouwens niet nieuw. In 1997 versloeg schaakcomputer Deep Blue wereldkampioen Garry Kasparov. Toen dachten we: wow. Maar dat was nog beperkt. Maar na al die jaren van ontwikkeling is er nu een enorme versnelling gaande. Sommige experts noemen deze ontwikkeling zelfs de grootste technologische revolutie sinds de Industriële Revolutie.
Toen de trein stopte, keek de man me nog een keer aan. “Toch een beetje eng,” zei hij. Misschien heeft hij gelijk. Maar misschien is AI geen afnemende intelligentie. Misschien is het gewoon… aangepaste intelligentie. En de terechte vraag is dan: blijven wij zelf nog wel een beetje nadenken?
















