
Column Dominee Coen van Alphen: Die oude kerk
Column ColumnVakantietijd, we vliegen weer uit. Ik hoor nogal eens mensen zeggen dat ze in het buitenland altijd even een kerk binnen stappen wanneer die open is. Zodra je binnenkomt verdwijnt het lawaai van de stad en wordt het wereldnieuws minder belangrijk. De typische geur van zo’n oud gebouw: het altijd wat stoffige van hout en steen, soms vermengd met nog een vleugje wierookgeur van de zondagsmis. Het besef dat dit bouwwerk er heel wat langer staat dan jij op aarde rondloopt. Dat hier al die tijd gebeden is om vrede, om welvaart, om genezing, om een kind.
‘Al eeuwen staat er een kerk’, zo heet het boek van oud-koster Annemarie van Es over de geschiedenis van de Dorpskerk in Rhoon. Gebouwd toen iedereen nog katholiek was, sinds de Reformatie een protestantse kerk. Wordt hier steeds nog kerk gehouden, vragen bezoekers soms voorzichtig. Zeker, iedere zondag luidt de kerkklok. Ook op woensdag zetten we de deuren open, de Maranathakerk ’s ochtends, de Dorpskerk in de middag.
Bijna altijd zijn er bezoekers. Sommigen blijven aarzelend achterin staan. Anderen komen voor het Bentinck-monument. Of ze bestuderen de grafstenen op de vloer, op zoek naar sporen van hun voorgeslacht. Dan komt er iemand binnen die een bepaalde bank inschuift en daar een tijdje blijft zitten. Dat is de bank waar ik vroeger met mijn ouders zat als we naar de kerk gingen, vertelt ze me later. Vroeger komt weer boven.
Een paar buiten spelende kinderen hebben de deur open zien staan en komen nieuwsgierig binnen. Ze vallen even stil, onder de indruk van de rust die hier hangt. Dan komen de vragen: Hoe oud is deze kerk? Wat denk je, vraag ik. 100 jaar? Zelfs meer dan 500 jaar. Echt? Wat een mooie lamp hangt daar! En wat is dit? Dat noemen we de preekstoel. En die grote piano daar? Dat is het orgel. Na vijf minuten hollen ze weer naar buiten.
Zelf zit ik soms zomaar te kijken hoe het licht naar binnen valt. Luister ik naar de stilte die opeens verstoord kan worden door krakende balken. Mijn gedachten gaan naar de mensen die hier voor mij hebben gezeten. Zondag aan zondag, generatie op generatie. In de kou van de winter, in de hitte van de zomer. In tijden van oorlog, overstroming, epidemie, brand en werkloosheid. Met hun geluk en hun teleurstellingen, hun grote en kleine zorgen. Ze luisterden naar de woorden die er klonken en probeerden die te verbinden met hun leven van alledag. Allemaal zijn ze voorbijgegaan. Zoals ik zelf ook zal voorbijgaan.
Goed idee om deze zomer even een kerk binnen te stappen. In Rhoon, in Rome of waar je ook bent. Tip: loop niet alleen rond, maar ga ook even zitten. Ervaar wat de stilte en de ruimte met je doen. Tien tegen één dat je er van opknapt.















