Afbeelding
Foto:

Column: redacteur Mirte Croonen

Algemeen

Hallo buurman en buurvrouw

Ik ben altijd opgegroeid met honden om me heen. Nadat mijn ouders uit elkaar gingen, veranderde dat. Als meisje van twaalf zei ik altijd: “Als ik later groot ben, neem ik een eigen hondje.” En... je voelt hem waarschijnlijk al aankomen: ik heb een eigen hondje genomen.

“Ik neem geen labradoodle”, zei ik gelijk, want heel veel mensen hebben die al. De hond die ik heb? Een (mini) labradoodle. Maar wel eentje die harten verovert. Een mini-labradoodle die luistert naar de naam Teddy, omdat ze lijkt op een teddybeertje. Wat blijkt? Dat is een van de meest voorkomende hondennamen. Tot zover origineel.

Dat een puppy hebben pittig kan zijn, wist ik, maar dat ik binnen no time mijn buurt zou leren kennen, niet. Of beter gezegd: dat de buurt ons zou leren kennen.

Buren die ineens een praatje maken. Auto’s in de straat die langzamer rijden en waarvan de bestuurders hun raampje naar beneden doen. En ik die mijn schaamte opzij moet zetten als ik weer eens in mijn slobberkleding buiten sta om mijn pup zindelijk te maken. Waar ik voorheen gewoon even naar buiten liep, moet ik er nu rekening mee houden dat een kort rondje zomaar wat langer kan duren.

“Wat groeit ze snel!”, krijg ik regelmatig te horen. Zelf zie ik dat helemaal niet zo, maar blijkbaar valt het de buurt wel op. Het grappige is dat ik sommige mensen nog nooit eerder heb gezien, maar zij Teddy kennelijk wel. Blijkbaar houden meer mensen haar groei in de gaten dan alleen ik. Ergens vind ik dat ook wel gezellig. In een tijd waarin iedereen druk is met zijn eigen leven, zorgt zo’n klein hondje ervoor dat je ineens met mensen praat die je anders misschien nooit had gesproken. Al vraag ik me soms af of ze me ook zouden herkennen zonder Teddy aan mijn zijde.

De buren lijken mijn hondje inmiddels beter te kennen dan ik mijn buren. 

Ik dacht dat ik een hondje in huis haalde, maar blijkbaar kreeg ik er een hele buurt bij.

Advertenties uit de krant