Afbeelding
Foto: Ronald Hooijmeijer

Column Dominee Coen van Alphen

Column Column

Copy Paste Bali

Een paar weken geleden was ik met twee neven voor een korte vakantie op Bali. Ondanks enige vliegschaamte (dit kost héél veel bomen), ondanks mijn verbijstering over het massatoerisme (waar ik zelf natuurlijk deel van ben), kon ik erg genieten van dit prachtige Indonesische eiland. Het ligt in de buurt van de evenaar, dus het is er het hele jaar lekker warm. De natuur is er heel vruchtbaar, dankzij de bronnen die in de bergen ontspringen. Een deel van het eiland bestaat uit dichtbegroeide jungle. Een ander deel is in cultuur gebracht: de rijstterrassen. Een eeuwenoud ingenieus systeem van irrigatie. De jonge rijstplanten zijn felgroen van kleur en mede dat maakt het landschap een lust voor het oog. Tussen de rijstvelden groeien bananenbomen, kokospalmen, pepers, citroengras, ananas, papaya… alle ingrediënten voor de onovertroffen Indonesische keuken.

En een deel van het eiland is, natuurlijk, stad. Daarheen trekt een groot deel van de bevolking om te werken. De toerismesector levert 80 procent van het inkomen op, maar doet ook zorgen baren over het behoud van het oorspronkelijke Bali. Vervoer is in de steden wel een ding. De wegen zijn letterlijk propvol met auto’s, kleine vrachtwagens, soms een man met handkar. Het handigst zijn: de scooters en brommers. Daarvan krioelt het, tussen het autoverkeer door. Sommige brommertjes worden torenhoog beladen met manden, ladders, rijstbalen, takkenbossen. We zagen er zelfs één met een grote wolk feestballonnen. Soms nog een paar kinderen voorop. Soms met helm, maar ook zonder: er zijn minder regels dan bij ons, lijkt het. Meestal gaat het goed…

Wij waren blij dat we niet zelf hoefden te chauffeuren in deze heksenketel. Maar het wonderlijke is, dat de drukte op straat nauwelijks tot stress leidt. Je zou getouwtrek, getoeter en heethoofdigheid verwachten. Ik dacht aan het verkeer in Nederland, hoe snel mensen geïrriteerd zijn als het tegenzit of als ze een keertje geen voorrang krijgen (including me). Maar op Bali, waar het veel drukker is, heerst een soort gemoedelijkheid. Met een beetje duwen en trekken, met geduld en een glimlach vinden mensen hun weg. Ze accepteren dat ze soms iets langer moeten wachten. Misschien hebben ze gewoon minder haast. Sowieso zijn de mensen op Bali ontzettend vriendelijk. De bijbelse term ‘zachtmoedig’ kwam bij me op; relaxed, in hedendaags jargon.

‘Copy paste Bali’, was het bondige antwoord van onze gids toen ik deze gedachten met hem deelde. Ofwel: neem iets van onze relaxedheid en zachtmoedigheid mee naar jullie eigen drukke landje. Dat valt niet mee, merk ik nu ik weer in Nederland ben. Al snel word je meegetrokken in de maalstroom van drukzijn en doorgaan. Toch denk ik af en toe terug aan de weldadige rust van Bali en hoop ik maar dat dat nog een beetje doorwerkt in mijn leven…

Advertenties uit de krant