
Mirte: Game, set, geen match
AlgemeenAfgelopen weekend speelde ik mijn eerste wedstrijd voor de tenniscompetitie. Een team dat ik nog niet kende, een club waar ik nog nooit was geweest en een tegenstander met een Nederlands jeugdkampioen in het team. Je begrijpt: ik werd compleet van de baan geslagen.
Maar goed, daar gaat deze column niet over.
Na een lange dag tennis zat ik thuis aan de eettafel. Moe, maar voldaan. Pling. Een berichtje van een onbekend nummer: “Ik wilde je op Instagram een berichtje sturen, maar toen kwam ik dit tegen. Heb je wel lekker gespeeld?”
Ik moest het berichtje twee keer lezen. Dit was mijn tegenstander.
Mijn tegenstander had mij dus niet alleen van de baan geslagen, maar daarna ook nog even opgezocht. Niet via Instagram, maar gewoon via Google. Via mijn werk. Via de krant en vond daar blijkbaar mijn telefoonnummer.
Dat kwartje viel iets later.
“Leuk werk heb je,” stuurde hij erachteraan.
Kijk, werken bij de krant is fantastisch. Je spreekt veel mensen en je vertelt hun verhalen, maar blijkbaar ben je ook gewoon heel makkelijk vindbaar voor iemand die je diezelfde middag nog heeft ingemaakt op de tennisbaan.
“Vind je het erg dat ik je een berichtje stuur?” vroeg hij.
En dat is zo’n moment waarop je even moet schakelen. Want nee, ik vond het niet erg. Sterker nog, ik vond het ergens ook wel dapper. Hij toont wel lef. Je moet het maar doen. Alleen interesse had ik niet, en dan begint het spel waar geen enkele sport je op voorbereidt: hoe wijs je iemand netjes af die zo veel moeite heeft gedaan om contact met je op te nemen na een potje tennis?
Eerlijkheid duurt het langst, dacht ik. Dus ik antwoordde dat hij me altijd een berichtje mocht sturen als hij een keer in de krant wilde komen. Gelukkig begreep hij de hint.
Game, set… en door naar de volgende wedstrijd.
















