
Tuinder of Hereboer ?
AlgemeenINGEZONDEN
“Afgelopen week de achterkant van De Schakels weer met verbazing bekeken. Een paginagrote advertentie over een aantal bedrijven die groenten en fruit verkopen via de korte keten: direct van de producent met weinig transportkilometers naar de consument, natuur-inclusief en lokaal.
Afgebeeld zien we tuinder Gert van Herk, Essendijk 9, die op zijn knietjes in het veld andijvie zit te oogsten en snijden. Gezond duurzaam en lekker lezen we, en Gert teelt voor afzet via de groenten-winkels van Heezen en Polak en verkoopt op zaterdag bij de Rotterdamse Oogstmarkt - Noordplein.
Wat er niet wordt vermeld is dat Gert inmiddels zijn bedrijf heeft moeten verkopen aan de Provincie, zijn schuur zal worden afgebroken en hij voortaan ook geen agrarische bestemming meer heeft. Oftewel hij moet stoppen met zijn tuinderij, terwijl hij het lichtend voorbeeld is van gericht producten telen met een korte afstand tot de afzetmarkt waar veel vraag naar is. Hij mag er straks wel blijven wonen maar mag er geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer uitoefenen.
Misschien moeten we Gert straks maar niet als tuinder maar als Herenboer gaan omschrijven. Want dan kan alles. Herenboeren werken in dezelfde polder met dezelfde bestemming en dat mag dus wel. Ze worden op alle mogelijke manieren gefaciliteerd en gepromoot en dat is, vind ik, heel scheef. Hoe of via wie dat allemaal zo kan gebeuren is voor mij een heel wazig en ondoorzichtig verhaal.
Waarom mag een zittende hardwerkende tuinder, de 3e generatie inmiddels, niet verder met zijn bedrijf maar wordt voor nieuwkomers van buiten de polder de loper uitgerold en het gebied wél opengesteld voor het telen van producten. Allebei telen ze op vraag en afzet van de markt, ik zie de verschillen niet en begrijp dan ook niet waarom Gert zou moeten stoppen met zijn bedrijf. Waarom Gert de ruimte niet geven om zijn passie in elk geval tot aan z’n pensioen uit te kunnen laten voeren?
Een van de laatste agrarische ondernemers die onze polders nog heeft. Bijna alle boeren hebben moeten verkopen en zijn gestopt of verhuisd, de boerenschuren zijn of worden afgebroken en de polders worden met graafmachines omgeploegd en verliezen hun cultuurhistorische identiteit.
Laten we wat er nog is koesteren en Gert van Herk tot Hereboer* benoemen
(* hoewel hij totaal niet aan de definitie daarvan voldoet: Een hereboer is een rijke, welgestelde boer die zelf weinig tot geen handenarbeid verricht, maar wel een groot boerenbedrijf uitoefent). “
Wim Gé Warnaar


















