Afbeelding
Foto:
VOLKSTUINVERHALEN

Compilatie Volkstuinverhalen

Algemeen

De afgelopen zes weken heeft u de verschillende verhalen kunnen lezen over de Volsktuinhuurders in Rhoon en Poortugaal. Een deel gemist? Lees hieronder alles verhalen van Adrie, Cherry, Esther, Steven, Elisa en Teun en Bert.

Door Astrid Potuijt

In zowel Rhoon als Poortugaal is het onzeker wat er precies met de volkstuincomplexen gaat gebeuren. In Rhoon zijn er plannen om een school te bouwen en in Poortugaal weten ze zeker dat ze plaats moeten maken voor nieuwe huizen, maar weten ze nog niet waar ze dan naar toe kunnen. Maar voor wie is zo’n volkstuin en wat brengt het de huurders? Wij zochten een aantal volkstuinliefhebbers op. 

Steven Hulzebos, volkstuinhuurder in Rhoon.

Steven en Carin huren sinds 1993 de volkstuin. ‘’Het was echt voor Carin”, vertelt Steven. ‘’Zij vond het fantastisch om te doen en ik had er weinig tijd voor. Natuurlijk hielp ik wel mee met zaken als de grond frezen enzo en ik kwam er graag, maar ik was veel aan het werk. Ik werkte bij de brandweer en had daarnaast mijn eigen BHV-bedrijf. In 2015 werd ik ziek. Ik zat in een diep dal en was depressief. De psycholoog concludeerde dat ik aan PTTS lijdt. Door het werk bij de brandweer, de vele traumatische ervaringen die ik daar opdeed, was ik ziek geworden. Ik heb mijn werk en eigen bedrijf op moeten geven en ben gaan zoeken naar andere dingen die ik kon doen.”
‘’Naast het schilderen van landschappen en het zingen bij Phoenix Vocals ontdekte ik dat het heel fijn vond om ‘op de tuin’ te zijn. Zaaien en oogsten, buiten zijn, Heerlijk, zegt Steven terwijl hij op een zak met aarde zit. De enige stoel in de tuin is namelijk door mij bezet. We hebben net zijn Gigantella aardbeien bewonderd en geproefd - en oooo wat zijn die lekker zoet - en hij vertelt over het zaaien en oogsten en wijst alle groentes aan die de kop opsteken.

,,We hebben een vierjarenplan voor de tuin. Je kan bijvoorbeeld op de plek waar dit jaar de aardappelen staan, volgend jaar geen aardappelen poten. Dat heeft te maken met de grond. We zijn de afgelopen dertig jaar natuurlijk behoorlijk wijs geworden over wat er wel en niet kan.”

Steven en Carin eten het hele jaar door van de tuin. In de winter vooral kolen en aardappels en in de zomer eigenlijk teveel om op te noemen. ‘’Wat er wel eens fout gaat? Nou, dat we teveel hebben gezaaid. De hoeveelheid groente die we van de tuin halen, kunnen we niet zelf op. En ook al delen we het met familie en vrienden dan nog blijft er over. Daardoor hebben we een klein stalletje aan de Waalstraat waar we wonen, waar we groentes neerleggen. Mensen kunnen dit tegen een klein bedrag dan meenemen.”

‘’Ik houd van buitenzijn. Als het goed weer is, ben ik niet binnen. Of ik ben hier op de tuin waar ik in alle rust aan kan rommelen of ik ben thuis in de tuin bezig. Ik ben dol op koken en met deze groentes kan ik heerlijke gerechten maken. Het smaakt echt anders dan uit de supermarkt. Proef maar.” Hij rijkt me een komkommer aan en hij heeft gelijk. Ook de wortel die ik krijg en de sugar snaps zijn heerlijk. ‘’Wist je dat je wortels, als je ze in het zand legt, wel een half jaar kan bewaren?”

Eigenlijk zou Steven een restaurantje moeten beginnen zodat iedereen het verschil kan proeven. Maar dat lacht hij weg. ‘’Welnee, ik kook graag voor anderen en deel mijn groenten. Op de tuin hoef ik van niemand iets, enkel van mijzelf en dat is precies goed voor mij.”

‘’Het belangrijkste is geduld. Laat de natuur zijn gang gaan. En natuurlijk hebben we soms luizen op de tuinbonen, maar die bestrijden we met lieveheersbeestjes en soms eten de vogels wat plantjes op, maar dat is de natuur. Daar moet je tegen kunnen.” Steven wijst naar de verschillende aardbeienplanten. Een aantal heb ik bedekt met gaas en die anderen, daar kunnen de vogels dan van snoepen. Ik hoef niet alles voor mijzelf te houden.”

Teun en Elisa Splunder, volkstuinhuurders in Poortugaal.

Dertig jaar geleden kreeg Teun van Splunder een ‘halve’ tuin aangeboden door een collega. ‘’Hij had er geen zin meer in en verhuurde zijn tuin in twee delen. Ik zag het wel zitten en huurde de halve tuin. Ik kan me de eerste opbrengst andijvie nog herinneringen. Mijn vrouw wist niet wat ze met al die kroppen aan moest. We hebben ze ingevroren, maar dat is dus geen goed idee, dan worden ze taai.” Teun lacht bij de herinnering. In de dertig jaar heeft hij voldoende geleerd om andere tuinders tips te geven. Hoewel hij wel een beetje met een schuin oog naar de prachtige tuin van de buurman kijkt. ‘’Bij hem groeien de uien en aardappels veel beter dit jaar. Maar ja, dat kan aan allerlei omstandigheden liggen. Mijn stukje grond waar de aardappels op staan, hield water vast in het voorjaar. Het bleef maar blank staan. Maar dat is ook tuinen. Soms lukt het wel en soms niet. Deze zomer is bijvoorbeeld ook veel te droog. Dat is niet goed voor de planten.”

Ook zijn dochter Elisa werd enthousiast van een volkstuin en zes jaar geleden, toen er een tuintje met fruitbomen vrij kwam, aarzelde ze ook geen moment. Zij wilde dat wel huren. ‘’Ik zocht een leuke bezigheid en het liefst buiten. Iedere avond na het werk dat gehang op de bank. Dit is zoveel fijner.”

Teun huurt ook een stukje hobby-hoek. Daar houdt hij drie kippen die in een groot hok verblijven waar ze zelf in en uit kunnen. ‘’Door de kippen ben ik hier iedere dag zeker twee keer”, vertelt Teun. En als hij niet kan, voert iemand van de familie ze of de buurman.

Teun werkt twee dagen in de week, sport heel veel en brengt veel tijd in de tuin door. Elisa werkt vijf dagen per week als managementassistente en heeft minder tijd om op de tuin te zijn. ‘’Mijn tuin heeft vooral fruitbomen en sierplanten, dus het is niet noodzakelijk dat ik hier iedere dag ben.”

Vader en dochter leiden me rond. Ik zie postelein, sperziebonen, sla en kroten, zoals Teun de rode bieten noemt. In de kas, zelfgebouwd en enorm groot - groeien tomaten en paprika’s, ‘’De tuin kost heel veel tijd, maar dat heb ik er graag voor over. Het is een hobby, waar ik enorm veel uithaal”, zegt Teun.

We lopen naar de tuin van Elisa waar ze trots haar paarse vlinderstruik aanwijst. Terwijl ze uitlegt wat voor bomen het zijn - peren, appels, kersen - blijft ze enthousiast voor de pruimenboom staan. ‘’Kijk hoeveel pruimen erin zitten. Ze schuift de bladeren wat aan de kant. Grote trossen zitten er onder het bladerdak verstopt. ‘’Hier ga ik jam van maken en zo opeten en natuurlijk weggeven”, zegt ze.
Dat Elisa de enige jonge vrouw op het complex in Poortugaal is, vindt ze niet erg. ‘’Iedereen is superaardig, dus nee, het maakt me niet uit. Ik geniet van dit buitenleven.”

‘’Het zou echt balen zijn als we niet meteen door kunnen verhuizen naar een nieuw complex”, zegt Teun. ‘’Mijn kas zal ik dan moeten verkopen en al het gereedschap en het schuurtje van Elisa ook. Want waar zouden we het in de tussentijd moeten laten?” Vader en dochter hopen dan ook dat voor het einde van het jaar nog goed nieuws gaan krijgen en ze fijn door kunnen gaan met hun hobby.

Bert Luyten, volkstuinhuurder in Poortugaal.

De tuin van Bert Luyten is al lang in de familie. Zijn vader had de tuin al dertig jaar, toen hij er wegens ziekte niet meer kon werken.

De zwager van Bert nam het over, maar na een hele korte tijd kwam deze erachter dat het toch niet zijn ding was. ‘’Dus ben ik de tuin gaan huren. Ik ben opgegroeid met de volkstuin. Voor deze tuin had mijn vader een andere tuin dus als kind liep ik er al rond. Niet dat ik trouwens veel mocht doen, mijn vader deed het liefste alles zelf. Dus ik had wel wat advies nodig toen ik hier twaalf jaar geleden begon.”

Via internet, boeken en de tips van de buren, lukte het Bert prima om de volkstuin te onderhouden. ‘’De eerste komkommers uit de kas, ja die kan ik me nog wel herinneren. Die zijn zoveel lekkerder als uit de supermarkt.”

‘’Ik ben torenkraanmachinist, ik zit dus de hele dag op de kraan en ik vind het dan heerlijk om na mijn werk hierheen te gaan en even in de tuin te werken. Vaak na het eten kom ik nog even. Er is tenslotte altijd veel te doen.”

Samen met Teun frezen ze alle tuinen aan het begin van het seizoen. ‘’Het seizoen is zo rond oktober afgelopen en ik mei kan je zo ongeveer beginnen met zaaien en planten. Maar in de kas natuurlijk al eerder.”

In de tuin van Bert groeit van alles wat. De rabarber aan het hek is voor zijn moeder. Die is daar dol op. Hij wijst de spinazie die het niet zo goed doet aan en de andijvie die uitgelopen is. ‘’Het is erg droge zomer waardoor niet alles even goed lukt.” Maar hij haalt zijn schouders er over op. ‘’Ik vind het niet eens zo belangrijk. Het is fijn als de groente goed groeit en we veel oogst hebben, maar als het een keer wat minder is, maakt me dat ook niet uit. Kijk soms hebben we veel slakken en die vreten de sla op en de andere keer is het te droog en dan weer te nat. Dat is nu eenmaal zo.”

‘’Samen met Teun houdt ik ook de tuin van een zieke buur bij. Hij kan helaas niet meer zelf in de tuin werken, maar we willen hem wel graag de groentes geven. Dat is ook zo fijn van deze plek. Je komt hier om te werken in de buitenlucht, een praatje met elkaar te maken, elkaar te helpen, tips te geven en natuurlijk de oogst te delen. Een favoriete bezigheid heb ik niet echt. Ik vind het allemaal prima om te doen. Koken doe ik ook graag en dus kan ik ook wel bedenken wat we met de oogst kunnen doen.”

Andijvie, ijsbergsla, snijbiet, pepers, paprika’s en spruiten. er komt geen eind aan de lijst met groentes die Bert aanwijst. ‘’De buren zijn altijd erg blij met de overgebleven groente. Het is tenslotte echt lekkerder dan vanuit de winkel.”

‘’Ik zal de tuin enorm missen als we geen vervangende plek kunnen krijgen. het is mijn hobby en het is gezellig met al deze mensen. Ik heb bij mijn huis wel een tuin, maar daar zitten zoveel katten dat het niet te doen is om daar wat in te zaaien. En op dit moment ligt de tuin ook vol met tegels.”

Bert gaat verder met aardappels steken, een mooi moment om dat even vast te leggen. Hoe de aardappels heten weet hij niet, maar ze zijn lekker en dat is het belangrijkste.

Cherry van der Stelt, volkstuinhuurder in Rhoon.

Vier jaar geleden kwam Cherry voor de liefde vanuit South Carolina naar Nederland. Haar schoonvader was huurder van de volkstuin. ‘’Ik denk dat hij al ruim veertig jaar huurder was. Hij overleed in 2020, maar voor die tijd hielpen wij hem al in de tuin omdat hij ziek was. Mijn man Leo en zijn broer René namen de tuin over. Vanaf het eerste moment dat ik in Poortugaal ben komen wonen, kwam ik al in de volkstuin. Ik zorg voor de vier kippen en een haan, maar haal ook het onkruid weg, zorg voor de kruiden en maak er oliën van.”

In de tuin van Cherry staat een grote schuur en daarvoor ligt een terrasje. Tal van planten groeien erom heen. Achterin staat het kippenhok.

Cherry’s opa had een boerderij. ‘’I am a countrygirl”, zegt ze vrolijk. Haar Nederlands is goed, maar ze spreekt het nog niet vloeiend. ‘’Ik heb twee jaar Nederlands gestudeerd en de inburgeringscursus gevolgd en gehaald en ben nu wel even klaar met al dat leren. Ik heb mijn eigen bedrijf opgezet - ik schrijf en redigeer teksten - en ben inmiddels goed geaard in Nederland. Ik vind het een fijn land en Poortugaal is een leuke plaats. Ik vind het heerlijk dat je hier overal op de fiets naar toe kan. Dat is in mijn thuisland niet het geval.”

‘’Het enige nadeel vind ik dat alles klein en dichtbevolkt is. Dat ben ik niet gewend vanuit mijn eigen omgeving. Omdat we - voor Amerikaanse begrippen - een klein huis met kleine tuin hebben, vind ik het fijn dat ik naar de volkstuin kan. Hier kan ik relaxen en lekker met mijn handen bezig zijn. Heerlijk vind ik dat.”

In South Carolina werkte Cherry op een educatieve boerderij. Een boerderij dat ook diende als museum en waar ze mensen van alles vertelde over onder andere het boerenverleden en over kruiden. Haar achtergrond komt dus goed van pas in de volkstuin.

‘’Ik kom hier sowieso iedere dag een uur om voor de kippen te zorgen. In de weekenden zijn we hier vaak meerdere uren per dag. Ik houd van de kippen. Het zijn leuke beesten met allemaal een eigen persoonlijkheid en hun eigen voorkeur voor wat er op het menu staat. De zorg is hoog voor ze, want ze zijn heel gevoelig voor infecties en ongedierte.”

Cherry houdt van de volkstuin en dat is goed te merken. Achterin de tuin hangen flessen aan een paal (zie foto). ‘’Het is een Afrikaanse gewoonte. Er hangen flessen en als de wind in de flessen komt, maakt dat geluid. Dat zou de negatieve energieën weghouden. Of het waar is? Geen idee, maar het staat mooi en kan geen kwaad.”

‘’Als de volkstuinen hier inderdaad plaats moeten maken voor een school, gaat me dat echt aan het hart. Deze tuin is een familietraditie voor mijn man en zijn familie. We komen hier met z’n allen samen en wat te denken aan al het voedsel dat we uit de tuin halen? Onbespoten groentes. Het scheelt ook veel geld. En daarnaast heeft de familie heeft veel geld in de tuin geïnvesteerd. Het zou eeuwig zonde zijn.”

Adrie Mol, volkstuinhuurder in Poortugaal.

Het regent als ik Adrie Mol ontmoet in de tuin. Maar gelukkig staat er een kas waarin we droog kunnen kletsen. Adrie komt zo’n vier keer per week in de volkstuin en is een volkstuinder in hart en nieren. 

‘Mijn vader had ook altijd al een volkstuin en als jonge jongen kon ik ook een stuk grond bewerken. Ik woonde in tijd in Nieuwenhoorn waar het normaal was dat jongeren ook groentes verbouwden. Mijn opbrengst was zo hoog dat de witlof, aardappelen en bonen via de veiling werden verkocht. Ook verdiende ik bij door vioolzaad te verkopen.” Adrie lacht bij de herinnering. ‘’Toen ik trouwde, gingen we in Spijkenisse wonen waar ik ook weer een volkstuin had. Later verhuisden we naar Rhoon waar ik de eerste jaren kon tuinen aan de Kruisdijk. Daar moesten we plaats maken voor industrieterrein en zo kwam ik dertig jaar geleden op deze locatie terecht.”

Ook de zoon van Adrie is besmet met het virus. ‘’Zij tuin was acht vierkante meter, maar toch verbouwde hij groenten en kruiden. In mijn tuin staan ook groentes voor hem. Kijk daar, een hele berg pastinaak. Ik vind zelf niet lekker, maar hij wel. Hij maakt er soep van.”

Recent overleed de vrouw van Adrie. Zij kwam ook graag in de tuin en tuinierde veel in de tuin die bij het huis hoort. De tuin geeft hem wat afleiding. Daarnaast verzamelt hij postzegels, gaat de ruilbeurzen af en iedere donderdag in het winterseizoen is hij nog op de schaatsbaan te vinden met een aantal oud-collega’s van de Shell. ,,Ik werk graag in de tuin en ondanks mijn leeftijd (83) kan ik alles nog prima zelf. Ik kook voornamelijk Hollandse pot en dat lukt natuurlijk goed met deze oogsten.” Adrie wijst aan wat wat is en wat er gestaan heeft, want toevallig heeft hij de dag ervoor de aardappels uit de grond gehaald. ‘’De oogst was minder dan vorig jaar. Ik had nu nog aardappels liggen van vorig jaar. Maar die smaken niet meer zo goed.” 

Ook het aardbeienveldje is leeg. ‘’Ik had zoveel aardbeien. Ik heb dozen vol weggegeven en toen had ik nog over. Uiteindelijk heb ik elf potten jam gemaakt. Die jam blijft wel drie jaar goed, dus komt wel op.”

In de kas groeien de tomaten. De bonen kunnen geplukt worden. De prei is nog klein en verderop steken de nieuwe boontjes de kop op. De spitskolen zijn bijna helemaal opgegeten door de vogels, maar daar haalt Adrie zijn schouders over op. Dan maar geen spitskool. De rode uiten doen het niet zo goed dit jaar, maar de gele uien zijn bijna klaar om geoogst te worden. 

Aan het einde van dit jaar komt er een eind aan het tuinen voor Adrie. ‘’Ik geloof nooit dat we een andere locatie krijgen”, zegt hij. ‘’En je zal zien dat het hier straks nog jarenlang braak ligt voordat er wat met de grond gebeurt. Maar ja, we gaan het zien. Ik zal de tuin erg missen en de mensen er omheen ook. Ik ken ze al jaren natuurlijk.”

Als ik weg ga, krijg ik nog een tasje met sperziebonen, aalbessen, twee courgettes en een bosje zelfgeplukte bloemen in mijn handen gedrukt. Deze volkstuinserie heeft er in elk geval voor gezorgd dat ik heel veel verse groentes heb gegeten de afgelopen weken en ik kan dan ook bevestigen dat het echt lekkerder is als de groenten uit de supermarkt.

Esther Holtman, volkstuinhuurder in Rhoon.

De weelderige tuin van Esther Holtman lijkt op het eerste gezicht niet op een volkstuin, maar dat kan kloppen zegt ze lachend. ‘’Ik heb een eetbare siertuin gecreëerd. Nee, niet met een heel plan achter de hand, maar het is zo’n beetje vanzelf ontstaan.” Esther leidt me rond door de tuin via hele smalle overgroeide paadjes. ‘’Alle perkjes die je ziet zijn opgebouwd in lagen. Het begint met een bomenlaag, maar natuurlijk heb ik niet veel bomen, want die nemen te veel ruimte in beslag. Dus vaak begint het met een struiklaag. Vooral bes-soorten. Daarna de vaste planten en dan de éénjarige planten.”

Esther is zes jaar huurder van de tuin. ‘’Mijn vader begon een volkstuin in Groningen, mijn geboorteplaats, toen ik zes jaar was. Dus vanaf jongs af aan was ik daar veel te vinden. Later in mijn tiener- en twintigerjaren was ik wat minder geïnteresseerd in tuinieren, maar dat kwam weer terug toen ik in Vreewijk woonde en kinderen kreeg. We hadden daar een tuin waar ik al mijn vrije tijd in stak. Toen we naar Rhoon verhuisden, was de tuin een stuk kleiner en kon ik na een paar maanden wachtlijst deze tuin huren. Ik ben er superblij mee.”

Esther woont op een paar minuten fietsen van de tuin af en komt er iedere dag. Altijd alleen. ‘’Mijn man Peter vindt het wel leuk hoor, maar is meer met onze kleine tuin thuis bezig. Ik kom hier om hard te werken in de tuin, want er is altijd wat te doen, maar ook om lekker te relaxen. Wat ik doe als ik in die stoel zit? Niks”, lacht ze. ‘’Helemaal niks, bijkomen en tot rust komen.”

Een paar jaar terug oogsten Esther kilo’s tomaten en aubergines, maar sinds de tuin meer bloemen bevat - eetbare bloemen, dat dan weer wel - is de oogst minder. ‘’Daar is Peter wel blij mee, want die wist op een gegeven moment niet wat hij nog met de aubergines moest doen. Hij is de kok bij ons thuis. Ik heb veel bloemen in de tuin staan, maar ook veel bes-soorten. Ook bloemetjes die zijn komen aanwaaien. Dat noemen we onkruid, maar het staat prachtig. De eetbare bloemen laat ik vaak staan. Ze zijn te mooi om te plukken. Zo laat ik bijvoorbeeld ook de pastinaak uitlopen tot bloemen. De zaadjes verspreiden zich dan weer, zodat ik het jaar daarop weer pastinaak heb.”

Esther geeft techniek- en tekenlessen in plusklassen en ze geeft bijles voor alle niveaus en alle leeftijden. Een mooie baan, maar wel een hele drukke. ‘’Ik heb en plantenopleiding gevolgd, milieuwetenschappen en tuinarchitectuur gestudeerd en een permacultuuropleiding gedaan. Ik houd van duurzaamheid en ben veel bezig met het milieu. Daar past de volkstuin dan ook heel goed bij. En de laatste jaren is een volkstuin ook nog eens heel hip. Ik hoop dat de mensen die gaan beslissen wat er met onze tuinen gebeurt, hier ook bij stilstaan. En dat ze beseffen dat ze de volkstuinen ook educatief kunnen gebruiken. Kinderen van nu komen veel te weinig met de natuur in aanraking. Laat ze langskomen, zodat wij kunnen uitleggen hoe alles groeit en bloeit. Dat is toch het mooiste wat er is?”

Albrandswaard is een duurzame gemeente en kan onze hobby toch alleen maar toejuichen? Ik hoop dat ze meegaan in de trend en wij nog lang kunnen tuinen in Rhoon.

Advertenties uit de krant