
Volkstuinverhalen 6. Esther heeft een eetbare siertuin
AlgemeenIn zowel Rhoon als Poortugaal is het onzeker wat er precies met de volkstuincomplexen gaat gebeuren. In Rhoon zijn er plannen om een school te bouwen en in Poortugaal weten ze zeker dat ze plaats moeten maken voor nieuwe huizen, maar weten ze nog niet waar ze dan naar toe kunnen. Maar voor wie is zo’n volkstuin en wat brengt het de huurders? Wij zochten een aantal volkstuinliefhebbers op. In deze laatste aflevering Esther Holtman, volkstuinhuurder in Rhoon.
Door Astrid Potuijt
De weelderige tuin van Esther Holtman lijkt op het eerste gezicht niet op een volkstuin, maar dat kan kloppen zegt ze lachend. ‘’Ik heb een eetbare siertuin gecreëerd. Nee, niet met een heel plan achter de hand, maar het is zo’n beetje vanzelf ontstaan.” Esther leidt me rond door de tuin via hele smalle overgroeide paadjes. ‘’Alle perkjes die je ziet zijn opgebouwd in lagen. Het begint met een bomenlaag, maar natuurlijk heb ik niet veel bomen, want die nemen te veel ruimte in beslag. Dus vaak begint het met een struiklaag. Vooral bes-soorten. Daarna de vaste planten en dan de éénjarige planten.”
Esther is zes jaar huurder van de tuin. ‘’Mijn vader begon een volkstuin in Groningen, mijn geboorteplaats, toen ik zes jaar was. Dus vanaf jongs af aan was ik daar veel te vinden. Later in mijn tiener- en twintigerjaren was ik wat minder geïnteresseerd in tuinieren, maar dat kwam weer terug toen ik in Vreewijk woonde en kinderen kreeg. We hadden daar een tuin waar ik al mijn vrije tijd in stak. Toen we naar Rhoon verhuisden, was de tuin een stuk kleiner en kon ik na een paar maanden wachtlijst deze tuin huren. Ik ben er superblij mee.”
Esther woont op een paar minuten fietsen van de tuin af en komt er iedere dag. Altijd alleen. ‘’Mijn man Peter vindt het wel leuk hoor, maar is meer met onze kleine tuin thuis bezig. Ik kom hier om hard te werken in de tuin, want er is altijd wat te doen, maar ook om lekker te relaxen. Wat ik doe als ik in die stoel zit? Niks”, lacht ze. ‘’Helemaal niks, bijkomen en tot rust komen.”
Een paar jaar terug oogsten Esther kilo’s tomaten en aubergines, maar sinds de tuin meer bloemen bevat - eetbare bloemen, dat dan weer wel - is de oogst minder. ‘’Daar is Peter wel blij mee, want die wist op een gegeven moment niet wat hij nog met de aubergines moest doen. Hij is de kok bij ons thuis. Ik heb veel bloemen in de tuin staan, maar ook veel bes-soorten. Ook bloemetjes die zijn komen aanwaaien. Dat noemen we onkruid, maar het staat prachtig. De eetbare bloemen laat ik vaak staan. Ze zijn te mooi om te plukken. Zo laat ik bijvoorbeeld ook de pastinaak uitlopen tot bloemen. De zaadjes verspreiden zich dan weer, zodat ik het jaar daarop weer pastinaak heb.”
Esther geeft techniek- en tekenlessen in plusklassen en ze geeft bijles voor alle niveaus en alle leeftijden. Een mooie baan, maar wel een hele drukke. ‘’Ik heb en plantenopleiding gevolgd, milieuwetenschappen en tuinarchitectuur gestudeerd en een permacultuuropleiding gedaan. Ik houd van duurzaamheid en ben veel bezig met het milieu. Daar past de volkstuin dan ook heel goed bij. En de laatste jaren is een volkstuin ook nog eens heel hip. Ik hoop dat de mensen die gaan beslissen wat er met onze tuinen gebeurt, hier ook bij stilstaan. En dat ze beseffen dat ze de volkstuinen ook educatief kunnen gebruiken. Kinderen van nu komen veel te weinig met de natuur in aanraking. Laat ze langskomen, zodat wij kunnen uitleggen hoe alles groeit en bloeit. Dat is toch het mooiste wat er is?”
Albrandswaard is een duurzame gemeente en kan onze hobby toch alleen maar toejuichen? Ik hoop dat ze meegaan in de trend en wij nog lang kunnen tuinen in Rhoon.















