
Michiel Cox: Stokpaardracen
Afgelopen weekend bezocht ik met mijn dochters (2 en 5) het Buijtenfestival in Rhoon. We begonnen ons bezoek bij de Vossenburg waar de jongste een bal in een klomp probeerde te gooien en de oudste een poging deed tot steltlopen. Beiden keken ze met grote ogen naar hun vader die bleek te kunnen steltlopen. (Wat zijn kinderen meer dan een excuus om zelf te spelen?) Daarna bezochten we de alpaca’s bij De Willemshoeve. De oudste vond ze op geiten lijken. De argumenten die ik aandroeg (ze klinken anders dan geiten, hebben een lange nek, andere vacht en geen sik) maakten weinig indruk. ‘Ze lijken toch echt op geiten,’ herhaalde ze op de fiets.
Maar dat waar we alle drie het meest naar uitkeken, bevond zich op de Buijtenhof: de stokpaardrace.
Toen ik het in de folder las was ik direct enthousiast. Ik herinnerde me de beelden van het jeugdjournaal, een jaar geleden, waarin kinderen werden geïnterviewd die meedongen naar een wereldtitel in het stokpaardracen. Bloedserieus, met een stok tussen hun benen waar een plouche paardenkop op zat, raceten ze over een atletiekbaan. Ze deden dressuur, er was jumping en een jury die met uitgestreken gezicht keek, notities maakte en de deelnemers beoordeelde.
Ik was direct verkocht: stokpaardracen is eigenlijk atletiek met een knipoog. En ik dacht dat sport en humor elkaar onverbiddelijk uitsluiten.
Vandaag had ik mijn kans kunnen grijpen, maar ik durfde niet. We liepen naar het parcours, waar er mensen van Stichting Ruiter- en Menpaden Albrandswaard ons verwelkomden en mijn dochters vroegen of ze een stokpaard wilden kiezen. Aan mij werd niets gevraagd, er liepen ook geen andere volwassenen met stokpaarden rond. Mijn dochters probeerden het parcours zo goed en snel mogelijk af te leggen. Ze drukten vaak op het oor van het paardje, dat dan begon te hinniken. We kregen een nummertje om aan het einde van het uur te weten te komen wie de snelste was geweest en een prijs kreeg. De paardjes werden bedankt en terug op een hoop gelegd. Stiekem bedankte ik ook een paardje, drukte in het oor, alsof ik ook een beetje meegedaan had.
‘s Avonds herinnerde de oudste zich onze nummers, vroeg wie er gewonnen had. Ik haalde twee verfomfaaide papiertjes uit mijn zak, biechtte op dat ik vergeten was naar de uitreiking te gaan. Beschaamd liep ik naar de papierbak – in een nette draf.